Winter

april 29, 2008

’s Ochtends als ik wakker word, is de lucht grijs. De beroemde zeemist, de garua, begint langzaam terrein te winnen. In de middag is het nog wel zonning en warm. Maar iedereen weet, dat dat binnenkort ook zal ophouden. Het is winter.

Peruanen slapen al met sokken en truien aan, maar voor een rashollander is dat niet nodig. Nog niet. Want straks wordt het koud. Bij Peru en Lima denkt iedereen aan warmte vanwege de tropische ligging. Maar dat het in de tropen ook echt koud kan zijn, heb ik afgelopen winter ondervonden. Dikke jassen aan zowel buiten als binnen. De meeste huizen zijn hier niet verwarmd, dus Limeños lopen in de winter de hele dag met hun jas aan.

Het ergste is dat de hele winter de zon niet zichtbaar is. Een dikke mist hangt 24 per dag over de stad en houdt al het zonlicht tegen. Alleen de hoog gelegen stadsdelen in uitlopers van de Andes ontkomen aan deze zeemist. Maar die liggen twee uur rijden van het centrum af. Niet echt een plek om te wonen dus.

Regen

april 5, 2008

Wonen in de woestijn betekent wonen zonder regen. De hele kust van Peru, afgezien van de laatste paar kilometer in het noorden aan de grens met Ecuador is woestijngebied. De kustwoestijn loopt door tot ver in Chili.

Nooit gedacht dat het zover zou komen, maar ik heb een verschrikkelijke behoefte aan regen. Een enkele keer miezert het hier een beetje. Mijn vriendin, ras Limeña, noemt dat regen. Ik niet. Regenen doet het in Holland, hiert komt soms heel voorzichtig een heel klein beetje water uit de lucht.

Onweren doet het hier ook niet, maar juist de klamme warmte vanwege de hoge luchtvochtigheid vraagt om een stevige ontlading. Zo’n echte donderbui. Knetterend vlak boven je hoofd. Elke minuut een donderslag en het ondebedaarlijke geroffel van de regendruppels op het dak, zodat je niets meer kan verstaan. En daarna.. de opklaring, de afkoeling, de frisse lucht. Misschien ben ik toch meer Nederlander dan ik dacht.